Rondhangen en beleid

Rondhangende jongeren en het lokale beleid

Het thema 'rondhangende jongeren' is een beleidsoverschrijdend thema en kan/mag niet beperkt worden tot één dienst. Getuige hiervan zijn ondermeer het voorkomen van het thema in diverse lokale beleidqplannen : jeugdbeleidsplan, sportbeleidsplan, zonale veiligheidsplannen, enz...
Samenwerking en overleg zijn dan ook de basisvoorwaarden om een duidelijk en kwalitatief beleid voor dit thema op te zetten.
 
Lokaal beleid moet op 4 niveaus gevoerd worden
De twee eerste luiken (jeugd, welzijn) vertrekken vanuit de basisvisie ‘rondhangen is een recht’. Bij overlast worden de 2 volgende niveaus ingeschakeld.
1. Jeugdbeleid.
Vanuit de visie dat rondhangen een recht is voor jongeren o.a. in het kader van groepsvorming, identiteitsvorming, experimenteren in sociale contacten, … plaatsen we dit rondhangen duidelijk binnen de doelgroepen van de jeugddienst. Het gaat om jongeren die hun vrije tijd met leeftijdsgenoten op straat doorbrengen in plaats van deel te nemen aan een georganiseerd jeugdaanbod. In de jeugdwerkbeleidsplannen worden deze jongeren nu ook aanzien als belangrijke groep met noden, behoeften, problemen en met potentieel. Rondhangers worden bijvoorbeeld ook bevraagd in het kader van de opmaak van de plannen. Een aantal jeugddiensten zet gerichte acties op met of voor deze groepen in samenwerking met het lokaal jeugdwerk.
2. Welzijnsbeleid.
Uit 2 onderzoeken (Tienerkliks en Euregionaal jeugdonderzoek 2002) blijkt dat jongeren uit kansarme wijken meer rondhangen dan hun leeftijdsgenoten uit andere buurten. In een aantal gevallen gaat dit rondhangen gepaard met individuele problemen van deze maatschappelijk kwetsbare gasten op verschillende leefdomeinen : school, thuis, financieel, contacten met justitie.
Wanneer er sprake is van dergelijke kwetsingen bij een groep jongeren, dan is een andere en intensievere aanpak nodig. Vanuit de basiscontacten met de gasten worden linken gelegd naar welzijnsdiensten of socio-culturele organisaties.Daarnaast moet het verstoorde samenleven tussen rondhangers en buurtbewoners hersteld worden.
3. Preventief beleid.
De voorwaarden voor een goed preventief beleid ten aanzien van het rondhangen liggen besloten in een jeugd-en welzijnsbeleid dat aandacht heeft voor de noden van deze gasten.
Dit wordt gedragen door alle sectoren : zie hoger.
Het gaat om de preventie van risico’s voor jongeren op verschillende leefdomeinen. Concrete acties : informatie rond gebruik en risico’s van genotsmiddelen, vorming rond werking van gemeentelijke diensten, wetgeving, projecten.

Daarnaast staat het werken aan de omgevingsfactoren voorop : omgaan met structurele overlastsituaties waarbij rondhangende jongeren betrokken zijn. Dit kunnen initiatieven op verschillende vlakken zijn : treffen van voorzieningen als vuilnisbakken, straatverlichting, infrastructuur voor jongeren, … .
Iedere sector heeft een wezenlijke bijdrage op preventief vlak in een lokaal beleid ten aanzien van rondhangers.
4. Repressief beleid.
Zorgt voor controle en wetshandhaving bij overlast. Dit is uiteraard vooral de rol van de lokale politie.
Het optreden van de politie op straat wordt afgebakend in de wet op het politieambt en eveneens door inbreuken op de strafwet en een aantal gemeentelijke verordeningen wanneer het gaat om verstoring van de openbare orde.  
Bovenstaande 4 niveaus hangen samen. Acties op één niveau alleen of zonder medeweten van andere partners hebben veelal niet het gewenste effect.
Naast samenwerking is het van wezenlijk belang dat er vanuit de lokale gemeenschap open en constructieve contacten worden onderhouden met de rondhangende jongeren op straat.